Wie een nieuwe wasmachine, koelkast of vaatwasser zoekt, krijgt al snel een stapel stickers en logo’s te zien. Een gekleurde balk met letters, een CE-teken, soms een keurmerk met een bloemetje of een vinkje. Ze lijken allemaal iets te beloven, maar wat ze precies zeggen, is niet altijd duidelijk.
In dit artikel zetten we de belangrijkste labels en keurmerken op een rij. Zo weet je wat je kunt verwachten, wat je beter niet uit een label kunt afleiden en hoe je de informatie combineert met testresultaten om een goede keuze te maken.
Het Europese energielabel in het kort
Het energielabel is verplicht voor veel huishoudapparaten in de Europese Unie. Het laat met een schaal van groen naar rood zien hoe zuinig een apparaat is vergeleken met andere apparaten in dezelfde categorie. Sinds 2021 geldt voor onder meer koelkasten, vriezers, wasmachines, vaatwassers, televisies en lampen weer een eenvoudige schaal van A tot en met G. De oude klassen met plusjes, zoals A+++, verdwijnen daarmee stap voor stap.
Let op: bij de nieuwe schaal zijn de eisen strenger geworden. Een apparaat dat vroeger A+++ had, kan nu bijvoorbeeld in klasse C of D vallen, zonder dat het ineens minder zuinig is. Vergelijk daarom altijd labels van dezelfde generatie met elkaar. Voor sommige apparaten, zoals ovens, kun je nog het oude label tegenkomen.
Meer dan alleen een letter
De letter springt het meest in het oog, maar de cijfers op het label zijn vaak nuttiger. Bij een koelkast zie je het jaarlijkse stroomverbruik in kWh en de inhoud van de koel- en vriesruimte. Bij een wasmachine of vaatwasser staat het verbruik per 100 wasbeurten of spoelbeurten, het waterverbruik, de capaciteit en de programmaduur van het eco-programma.
Ook het geluidsniveau staat erop, in decibel en met een eigen klasse van A tot D. Voor een open keuken of een wasmachine naast de slaapkamer kan dat zwaarder wegen dan een klein verschil in stroomverbruik. Op nieuwe labels vind je bovendien een QR-code die naar de Europese productdatabase EPREL leidt. Daar staat de officiƫle productinformatie, handig als je twee modellen naast elkaar wilt leggen.
Labels naast testresultaten
Een energielabel is gebaseerd op gestandaardiseerde metingen die de fabrikant zelf laat uitvoeren. Dat maakt modellen goed vergelijkbaar, maar het zegt weinig over hoe schoon de vaat wordt, hoe makkelijk de bediening is of hoe lang een apparaat meegaat. Ook draait het label meestal om het eco-programma, terwijl je in de praktijk misschien vaker een snel programma kiest.
Daarom loont het om labelgegevens te combineren met onafhankelijke tests en ervaringen van gebruikers. Op Weer Een Woonblog vind je bijvoorbeeld testresultaten en uitleg over hoe woonproducten en huishoudelijke apparaten worden beoordeeld. Kijk bij elke test vooral naar welke onderdelen zijn gemeten, zodat je weet of ze aansluiten bij wat jij belangrijk vindt.
Veiligheid: CE en keurmerken
Het CE-teken kom je op vrijwel elk elektrisch apparaat tegen. Het is geen kwaliteitskeurmerk: de fabrikant verklaart ermee dat het product voldoet aan de Europese eisen voor onder meer veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit. Er kijkt niet altijd een onafhankelijke partij naar. Andere tekens gaan een stap verder:
- KEMA-KEUR: onafhankelijk getest op elektrische veiligheid, met controles op de productie.
- GS-teken: Duits keurmerk voor geteste veiligheid door een erkende keuringsinstantie.
- CE: verklaring van de fabrikant, geen extra test door derden.
- Logo met doorgestreepte container: het apparaat hoort niet bij het restafval, maar moet worden ingeleverd.
Milieukeurmerken en wat ze toevoegen
Naast het energielabel bestaan er vrijwillige milieukeurmerken, zoals het EU Ecolabel en de Duitse Blauer Engel. Die kijken breder dan alleen stroomverbruik, bijvoorbeeld naar schadelijke stoffen, repareerbaarheid, beschikbaarheid van onderdelen en verpakking. Je ziet ze minder vaak op grote apparaten, maar als ze er staan, geven ze een extra aanwijzing over de duurzaamheid van het product.
Wees wel kritisch op logo’s die vooral groen ogen. Sommige fabrikanten gebruiken eigen symbolen of termen als ‘eco’ zonder dat er een onafhankelijke controle achter zit. Zoek bij twijfel op wie het keurmerk uitgeeft en welke eisen erbij horen.
Met deze kennis kijk je anders naar de stickers in de winkel of op een productpagina. Gebruik het energielabel om verbruik eerlijk te vergelijken, de veiligheidstekens om zeker te weten dat een apparaat goed gekeurd is, en tests om te zien hoe het in het dagelijks gebruik presteert. Zo kies je een apparaat dat zuinig, veilig en praktisch is voor jouw huishouden.